Logo Europa educatief Home

De instellingen van de EU

De Europese Unie  (EU) is een samenwerkingsverband met een geheel eigen karakter. Het bevat zowel intergouvernementele als supranationale aspecten. Intergouvernementeel wil zeggen dat landen op vrijwillige basis met elkaar samenwerken, nationale regeringen nemen de besluiten en zijn ook verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.[1]  Supranationaal wil zeggen dat landen bepaalde beslissingen overlaten aan een instelling die boven de landen staat en die zich niet laat leiden door een nationaal belang, maar door een gemeenschappelijk belang. Dit heeft een unieke en ingewikkelde vorm van bestuur,  wetgeving en democratische controle tot gevolg. Het ingewikkeld samenspel van deze Europese instellingen wordt hieronder dan ook kort uiteengezet.

Het Europees Parlement   Het Europees Parlement kan worden gezien als het meest democratische orgaan van de Unie dat sinds 1979, elke vijf jaar, direct door het volk gekozen worden. Elke lidstaat heeft haar eigen afgevaardigden (Europarlementariërs) in het Parlement en iedere lidstaat heeft eigen kieslijsten: je stemt als Nederlander op een Nederlandse kandidaat.

De Europese Commissie  is het dagelijks bestuur van de EU. De Commissie moet het belang van de commissie als geheel behartigen en dus niet van afzonderlijke landen, daarnaast heeft zij het recht van initiatief wat betekent dat de commissie zelf voorstellen voor wetten en regels mag indienen. Momenteel heeft de commissie 27 leden, een eurocommissaris uit elk land. Op 10 februari 2011 trad de commissie-Barosso II aan, met voor Nederland Neelie Kroes als commissaris Digitale Agenda (2009-2014).[2]  De leden van de Europese Commissie worden voor vijf jaar door de lidstaten benoemd waarbij hun benoeming moet worden goedgekeurd door het Europees Parlement. Bij de Europese Commissie werken ongeveer 25.000 mensen.

In de Raad van Ministers  (of kortweg ‘de Raad’)[1]  zijn de regeringen van de 27 lidstaten vertegenwoordigt.[2]  De Raad van Ministers bestaat uit ministers van alle lidstaten van de EU en oefent samen met het Europees Parlement de wetgevings- en begrotingstaak uit.[3]  De samenstelling van de Raad wisselt voortdurend omdat het hier vergaderingen van vakministers betreft. De ene keer komen de ministers van Landbouw bijeen, de andere keer de ministers van Onderwijs.

Een lidstaat van de EU is een half jaar lang voorzitter van de Europese Unie en leidt dan ook de vergadering van de Raad.

De Europese Raad stelt de algemene politieke beleidslijnen van de Europese Unie vast en neemt de belangrijkste beslissingen. De vaste voorzitter Herman van Rompuy, voorzitter van de Europese Commissie Barosso, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid Catharine Ashton en natuurlijk de 27 regeringsleiders samen vormen de Europese Raad. De Europese Raad komt gewoonlijk vier maal per jaar bijeen, waarbij alleen de regeringsleiders stemrecht hebben. De Europese Raad heeft tot taak de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie te geven, vaak worden de bijeenkomsten van de Europese Raad aangeduid als ‘EU-top’[1] .

Het Europese Hof van Justitie  is gevestigd in Luxemburg en bestaat uit 27 rechters. Zij worden door de lidstaten voor telkens zes jaar benoemd. Het Hof houdt toezicht op de uitvoering van Europese verdragen en wetten, interpreteert het Europees recht en spreekt recht te bij geschillen tussen instellingen, lidstaten en betrokken particulieren over de uitleg en toepassing van het EU-recht[2] .

De Europese Rekenkamer  is een relatief onbekende maar belangrijke Europese instelling. Zij controleert de inkomsten en uitgaven van de Unie en ziet erop toe dat de Europese begroting financieel goed wordt beheerd. De Rekenkamer bestaat uit 27 leden, die door de Europese Raad (en na raadpleging van het Europees Parlement) voor een (verlengbare) ambtstermijn van zes jaar worden benoemd.

Naast deze officiële instellingen kent de EU tal van organen, zoals het Comité van de Regio's, de Europese Centrale Bank en de Ombudsman die hieronder kort worden uiteengezet.

In het Comité van de Regio’s zitten vertegenwoordigers van lokale overheden, voor Nederland zijn dit vaak provincies en gemeenten. Het CvdR is in 1994 opgericht omdat lokale overheden (direct of indirect) te maken krijgen met Europees beleid en regelgeving. Het Comité moet door de Europese instellingen worden geraadpleegd bij voorstellen die voor lokale overheden belangrijk zijn. Daarnaast mag het CvdR op eigen initiatief adviezen uitbrengen, maar de Commissie, de Raad en het Europees Parlement mogen bepalen wat zij met die adviezen doen.[1]

De Europese Centrale Bank  (1998) is gevestigd in Frankfurt (Duitsland) en vormt samen met alle nationale centrale banken het Europees Systeem van Centrale Banken (ESCB). De Europese Centrale Bank heeft als belangrijkste taak het gezamenlijke monetaire beleid van de eurozone te bepalen. De nationale centrale banken zijn een soort filialen van de Europese bank.[2]

 De Europese Ombudsman  bestaat sinds 1995 en wordt na elke verkiezing van het Europees Parlement voor vijf jaar benoemd. De ombudsman zit in Straatsburg, waar hij zijn ambt volledig onafhankelijk en onpartijdig uitvoert. Hij treedt op al bemiddelaar tussen de burger en de Europese instellingen waarbij zijn belangrijkste taak het onderzoeken van klachten over wanbeheer bij de instellingen en organen van de Europese Unie is. Zowel burgers, verenigingen of andere organen van de verschillende lidstaten kunnen een klacht indienen[3] .

Een andere belangrijk element in het Europese besluitvormingsproces zijn lobbyisten.  Zij proberen op een officieuze manier politieke besluiten te beïnvloeden namens een bedrijf, non-profitorganisatie of zelfs een gemeente. Dit lobbyen gebeurt meestal door (informeel) contact te zoeken met politici of ambtenaren die besluiten nemen. Het overgrote deel van de lobbyactiviteiten wordt gedaan door het bedrijfsleven, maar om deze scheefgroei aan belangenbehartiging te voorkomen geeft de Europese Commissie inmiddels financiële ondersteuning aan niet-commerciële belangengroepen[4] .

[1]  Van der Vleuten (red.), p. 135

[2]  Van der Vleuten (red.), p. 161

[3]  www.ombudsman.europa.eu  (Vindplaats 27-06-2011)

[4]  Van der Vleuten (red.), p. 128

[1]  Van der Vleuten (red), p. 106

[2]  Van der Vleuten (red), p. 118

[1]  NB: De Europese Raad en de Raad moeten niet verward worden met de Raad van Europa. Dit is een zelfstandige internationale organisatie dat geen onderdeel is van de Europese Unie (Van der Vleuten (red), p. 93).

[2]  www.europa-nu.nl  (vinddatum 23-06-2011)

[3]  Van der Vleuten (red.), p. 96

[1]  Van der Vleuten (red.), (2010), De bestuurlijke kaart van de  Europese Unie, instellingen, besluitvorming en beleid. Bussum: Uitgeverij Coetinho , p. 39

[2]  www.europa-nu.nl  (vinddatum 23-06-2011)