Het Europees Parlement
Een van de instellingen van de Europese Unie is het Europees Parlement, waarbij de allereerste bijeenkomst in als ‘Europese Parlementaire Vergadering’ plaatsvond in 1958. Het Europees Parlement kan worden gezien als het meest democratische orgaan van de Unie dat sinds 1979, elke vijf jaar, direct door het volk gekozen worden. Elke lidstaat heeft haar eigen afgevaardigden (Europarlementariërs) in het Parlement en iedere lidstaat heeft eigen kieslijsten: je stemt als Nederlander op een Nederlandse kandidaat. Momenteel zijn er 736 Europarlamentariers waarvan 25 Nederlanders.
Doordat de Lidstaten verschillende Verdragen hebben gesloten zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement sinds de jaren negentig steeds verder uitgebreid en is het steeds machtiger geworden. Zo hebben het Verdrag van Maastricht (1992) en het Verdrag van Amsterdam (1997) ervoor gezorgd dat het Europees Parlement niet alleen een adviserende rol heeft, maar op steeds meer terreinen een medewetgevend orgaan is geworden. De belangrijkste taken en bevoegdheden van het Europees Parlement zijn:
Het Europees Parlement komt één week per maand in Straatsburg bijeen voor de plenaire vergadering. Daarnaast vinden er nog een aantal extra plenaire vergaderingen in Brussel plaats die twee dagen duren. Deze vergaderingen worden in verschillende parlementaire commissie voorbereidt. Daarnaast houden de parlementaire commissies zich bezig met voorbereidende wetgevende werkzaamheden en kunnen zij op eigen initiatief een verslag opstellen over een bepaald onderwerp. De leden van het Europees Parlement krijgen een aantal commissies toegewezen aan de hand van hun politieke kleur en hun deskundigheid.
Europese Fracties
De Nederlandse Europarlementariërs zijn afkomstig uit een van de Nederlandse politieke partijen. Op Europees niveau zijn deze partijen onderverdeelt in verschillende fracties. De vorming van deze fracties gebeurt niet op basis van nationaliteit maar aan de hand van een bepaalde politieke kleur. Je kan de fracties vergelijken met de politieke partijen die wij in Nederland kennen. De Europese fracties zijn breder georiënteerd. Zo kan het voorkomen dat leden van verschillende Nederlandse politieke partijen, in Europa onder één fractie vallen (zoals D66 en VVD). Daarnaast is er een minderheid van de parlementariërs die niet is aangesloten bij een fractie. Dit zijn niet ingeschreven leden, zij worden ook wel onafhankelijk genoemd.
De fracties zijn ontwikkeld omdat dit een aantal voordelen oplevert. In de eerste plaats hebben parlementariërs via een fractie meer invloed in het Europees Parlement. Binnen het Parlement heb je als parlementariër niet veel invloed, aangezien er nog 753 anderen zijn. Door de fracties kunnen de ideeën van gelijksoortige stromingen samengevoegd worden en vervolgens in de verschillende parlementaire commissies uitgedragen worden. Een Europarlementariër kan niet aan elke commissies deelnemen. Kortom, door de fracties worden ideeën breed verspreid over het gehele beleidsterrein van de Europese Unie. Daarnaast levert fractievorming voordelen op bij het indienen van een resolutie (hierin wordt een bepaald standpunt van het Europees Parlement weergegeven) of bij het voorstellen van een aanbeveling. Hiervoor dien je ofwel de steun te hebben van veertig leden van het Parlement of van één fractie. Als parlementariër is het veel makkelijker deze steun te verkrijgen wanneer je in een fractie zit.
Het Europees Parlement kent de volgende fracties met Nederlandse leden:
[1] Bestuurlijke kaart v/d EU, p. 83